Please check out the new WECF website on wecf.org!

Stay here to browse our website archive (2004-2018).

WECF Deutschland

WECF France

WECF Nederland

Facebook

Twitter

YouTube

Towards a Toxic Free Future - final report

Final Report of the 3rd project year of the Dutch WECF project; WECF and the partners organized more than 70 workshops for 2600 women

09.03.2007 |Irma Thijssen




Download the report

Naar een Toekomst zonder gif

Samenvatting

·WECF heeft het project “Naar een Toekomst zonder gif” opgezet in 2002: een project gericht op bewustwording, voorlichting, beleidsbeïnvloeding en publiciteit rond het thema Vrouwen, Gezondheid en Milieu, met name chemische stoffen.

·Er is intensief samengewerkt met projectpartners: NVR, Platform Gezondheid en Milieu, Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu, 4VO, Tiye, VeM, en vele andere deskundigen en milieu-organisaties.

·Het eerste jaar is gebruikt om kennis te verzamelen en een standpunt te ontwikkelen. Het tweede en derde jaar zijn voorlichtingsmaterialen ontwikkeld. Het eerste jaar is op nationaal niveau gewerkt aan bewustwording en kennisverspreiding, het tweede jaar vooral regionaal en het derde jaar hebben op grote schaal regionale en lokale workshops plaatsgevonden.

·In dit derde jaar is met name samengewerkt met 4VO en Tiye, koepels van plattelands- en ZMV- vrouwenorganisaties, die tezamen een zeer groot netwerk hebben en een zeer grote achterban vertegenwoordigen.

·Gedurende het gehele project is gewerkt aan contacten leggen met het bedrijfsleven, aan beleidsbeïnvloeding en lobby rond gezondheid en stoffen, en aan publiciteit.

Conclusies

·De projectaanpak en de samenwerking met de partners is zeer succesvol gebleken.

·Met bescheiden budget is een groot deel van de bevolking bereikt, en zeer uiteenlopende doelgroepen. Meer dan 2600 huishoudens hebben actief meegedaan en een workshop gevolgd; het spin-off effect is nog vele malen groter. De achterban van 4VO en Tiye, samen meer dan 200.000 huishoudens, heeft aandacht en kennis over gezondheid en stoffen gekregen. Via de publiciteit zijn nog meer huishoudens bereikt.

·Vrouwen(organisaties) zijn zeer bezorgd over het thema.

·Vrouwen(organisaties) zijn sterk geneigd om direct te handelen en hun consumentengedrag aan te passen en de informatie verder te verspreiden.

·Vrouwen(organisaties) zijn gemotiveerd om actief te worden en op beleidsniveau acties te ondernemen. Deskundigheidsbevordering en begeleiding bij beleidsbeïnvloeding en lobby zijn wel nodig.

·De vrouwenorganisaties kunnen via hun netwerk een zeer groot deel van de bevolking in Nederland informeren en mobiliseren.

·Er is ook aandacht nodig voor verbreding van de doelgroep, met name jongeren, aanstaande ouders en het onderwijs.

·Groot probleem is de continuïteit: het ontbreken van financiële middelen voor een vervolg in 2007 en de jaren daarna. Aan enthousiasme en inzet bij de partners ontbreekt het zeer zeker niet. Voor een vervolg is wel goede begeleiding, deskundigheid op de inhoud en voldoende budget en uren nodig.

·Op beleidsniveau wordt aandacht voor het thema en beleid gericht op preventie en voorkomen van onnodige blootstelling sterk gemist. De verwachting is dat ‘milieu’ de komende jaren meer aandacht krijgt, en dat klimaat en energie hierbij prioriteit zullen krijgen: de kans is groot dat aandacht en beleid rond gezondheid, milieu en stoffen sterk onderbelicht blijven.

·De Nederlandse overheid kan verantwoordelijkheid nemen door te kiezen voor verdergaande maatregelen dan REACH, voor preventie en vervanging van schadelijke stoffen waar dat mogelijk is, en door sterk in te zetten op goede consumentenvoorlichting.

De maatschappelijke organisaties kunnen via hun netwerk en via samenwerking een grote rol spelen in de kennis verspreiding bij consumenten en bij de beïnvloeding van beleid en politiek.

Irma Thijssen, maart 2007