WECF Deutschland

WECF France

WECF Nederland

Facebook

Twitter

YouTube

European Environmental Policy

Meeting between NGO and Minister on the Environment, 19th of June (text in Dutch)

26.06.2007 |Sascha Gabizon




Aan Minister Jaqueline Cramer
Ministerie van VROM
Utrecht, 12 juni 2007

Betreft: Europees milieubeleid
Overleg NGO en minister 19 Juni en komende EU MilieuRaad

Geachte  Minister,


Women in Europe for a Common Future – WECF vragen uw dringende aandacht voor  de conclusies van de wetenschappelijke en  en NGO conferenties over Kinderen Gezondheid en Milieu, voorafgaand aan het Interministeriële Midterm Review van het Europese milieu en gezondheidsproces in Wenen, 11-15 juni 2007. Onder meer in verband met de  bijeenkomst op 19 juni aanstaande met Nederlandse NGOs over het Europese milieubeleid, en de komende Milieuraad in Brussel willen wij met urgentie uw aandacht vragen voor de beleidsaanbevelingen vanuit onze vergaderingen.

Een grote groep wetenschappers van INCHES (International Network for Children’s Health, Environment and Safety) en milieu en gezondheids NGOs, uit Europa, hebben tijdens de voorbereidende bijeenkomsten nieuwste wetenschappelijke onderzoeksresultaten besproken, en beleidsaanbevelingen geformuleerd. Enkele belangrijke uitkomsten willen wij in deze brief onder uw aandacht brengen, omdat zij relevant zijn voor uw beleidsprioriteiten en voor de hierboven genoemde bijeenkomsten waaraan u deelneemt.

Centraal in de vele presentaties en discussie staat het toenemend inzicht dat er urgentie geboden is om de bescherming van de foetus en het jonge kind centraal te stellen in het milieu en gezondheidsbeleid. Met name de bescherming van de hersenontwikkeling voor de geboorte en tijdens de jeugdjaren, is van het grootste belang. Zelfs lage blootstelling aan stoffen met neurotoxische eigenschappen, die veel voorkomen in consumentenproducten en bestrijdingsmiddelen, lijdt tot schaden aan de hersenontwikkeling die onomkeerbaar is. Dit zijn geen direct zichtbare defecten, maar komt tot uiting in een minder optimaal functioneren van het kind, langzamer en moeilijker leren, concentratie problemen, dyslexie of gedragsproblemen. Onderzoek op lood en kwik heeft laten zien dat er een evenredige samenhang is tussen de hoogte van de blootstelling van de moeder, en de afgenomen IQ van het kind. Op basis van de uitgebreide kennis over de effecten op de hersenontwikkeling van kwik en lood, zijn door gezaghebbende wetenschappers, Prof Philippe Grandjean and prof Phil Landrigan, al 201 andere stoffen geïdentificeerd die gelijksoortige neurotoxische eigenschappen hebben voor de ontwikkeling van de foetus, maar zij verwachten dat dit de top is van de ijsberg. Een op de zes kinderen heeft volgens de onderzoeken schade aan de hersenontwikkeling

Bronnen van deze blootstelling zijn in verband te brengen met luchtvervuiling, voedselcontaminatie, drinkwater en wonen in de nabijheid van vervuilende industrie, intensieve landbouw, of drukke verkeerswegen. Kinderspeelplaatsen en kinderspeelgoed zijn een andere bron van blootstelling.

U kunt in uw beleidsprioriteiten de bescherming van de gezondheid van kinderen tot een integraal aspect maken van zowel ontwikkeling, afweging en besluitvorming. Tot nu toe missen wij formeel uitgesproken aandacht voor deze onmisbare beleidsvoorwaarde, de gezondheid van het kind op alle niveaus te beschermen. Het onderkennen van de milieufactoren die schadelijke invloed kunnen hebben op de ontwikkelingsfase van het kind en preventieve maatregelen vanuit het voorzorgsbeginsel  moeten prioriteit krijgen. Dit moet geïntegreerd worden in alle relevante beleidsvelden.
Enkele feiten en cijfers geven wij in de bijlage 1.

De Nederlandse overheid is de laatste jaren erg afwachtend geweest. Nu kan dit nieuwe Kabinet  zich sterk maken voor snelle uitvoering van het EU chemische stoffenbeleid (REACH) maar ook stappen bevorderen in de EU en die zoveel mogelijk zelf zetten, om de noodzakelijke bescherming te geven aan kinderen en de toekomstige generatie. Dit kan binnen uw eigen prioriteiten worden gerealiseerd.

De veiligheid van producten en gezondheid van het kind en van andere kwetsbare groepen moet bij verduurzaming van productie en consumptie, bij eco-innovatie en eco-efficientie vanaf de ontwikkelingsfase een voorwaarde zijn, deze mogen niet acchteraf tot gezondheidsrisico’s leiden. Maar vervanging van schadelijke stoffen en producten door veilige kan ook een doel zijn, zoals de ontwikkeling en stimulering van “Groene Chemie”. Het huidige Actieplan Kind en Gezondheid van de Ministeries VROM en VWS  heeft een te beperkt programma en uitvoeringsbudget, gaat uit van decentralisering van verantwoordelijkheden (wat bijvoorbeeld bij stoffen niet relevant is) en geeft vooral aandacht aan verbeteringen op het gebied van de ruimtelijke leefomgeving van het kind.  Maar het ontbreekt aan voldoende maatregelen die kinderen en toekomstige ouders kunnen beschermen voor blootstelling aan schadelijke stoffen.

In het licht van bovenstaande vragen wij u om in uw beleidsprioriteiten de bescherming van de gezondheid van kinderen en de toekomstige generatie tot een intrinsiek  aspect te maken van beleidsontwikkeling, implementatie en evaluatie. Wij willen u vragen:
  • Op Europees en Rijksniveau niveau de uitvoering van REACh met kracht ter hand te nemen, en bij de verdere verfijning van risico beoordeling de nieuwe wetenschappeijke inzichten te hanteren. 
  • met name waar het gaat om bescherming van het ongeboren en jonge kind:
- Goede voorzorgsmaatregelen te nemen om blootstelling aan milieuvervuiling en schadelijke stoffen te voorkomen, met name bij kwetsbare groepen als zwangere vrouwen en kinderen
- Schone en veilige consumentenproducten te promoten en maatregelen te nemen waardoor stoffen die potentieel schadelijk zijn voor de ontwikkeling van het kind, z.s.m.  worden vervangen door veiliger alternatieven; 
- met financiële en economische mechanismen de milieuvriendelijk  teelt van voedsel en schone en veilige consumptiegoederen aantrekkelijk  te maken.

Wij vragen u om gezondheidsbescherming van het kind een van de leidende principes te maken voor eco-innovatie, maar ook gericht innovatie op het gebied van Groene Chemie en veilige alternatieven voor schadelijke stoffen te bevorderen.
ß Wij vragen met name met urgentie te bevorderen dat die stoffen worden vervangen die een hormoonverstorende en of neurotoxische werking  blijken te hebben op de ontwikkeling van het kind; zoals ftalaten en bisfenol-A in  babyflesjes, voedingsblikjes en speelgoed.
  • Een gezond binnenmilieu op scholen te bevorderen en daar bijvoorbeeld het vrijkomen van bromide brandvertragers uit elektronische apparatuur en woningtextiel te voorkomen.
  • Bij nieuwe ontwikkelingen zoals nanotechnologie en UMTS antennes van tevoren gezondheidsrisico’s te testen voordat ze mogen worden toegepast of geplaatst, en met name risico’s voor de prenatale ontwikkeling uit te sluiten (nanodeeltjes passeren makkelijk de bloed- en hersencellen); 
  • Extra budget beschikbaar te stellen voor goede en eerlijke voorlichting over milieuvervuiling, chemische stoffen en gezondheid en veilige alternatieven, in begrijpelijke taal en met praktische voorbeelden  aangepast aan de doelgroepen. 
  • De rol te onderkennen die NGO netwerken als de onze kunnen spelen bij de verbreiding van wetenschappelijke kennis naar overheden en burgers.
Wij vragen u deze punten in de realisering van uw beleidsprogramma’s op te nemen. Wij zijn overtuigd dat dit grote voordelen heeft voor de gezondheid van kinderen en de toekomstige generaties burgers die de basis moeten vormen voor de concurrentiekracht van de Europese economie.  Bescherming van de kwetsbare hersenontwikkeling in de eerste levensfasen is een absolute voorwaarde om een kenniseconomie te kunnen opbouwen.

Terugdringen van milieuoorzaken van gezondheidsschade biedt nieuwe kansen voor innovatie en transitie. Het terugdringen van de stijgende kosten voor de gezondheidszorg is belangrijk voor de economie. Het getuigt van een verstandige visie op integraal cost-benefit beleid wanneer U en het hele kabinet gezondheid en milieu in deze samenhang oppakt. Graag bespreken wij dit verder met u in uw overleg met NGOs over het Europees milieubeleid op 19 juni aanstaande, om te beginnen. Gezien het belang van dit onderwerp, zouden wij graag in de komende tijd een apart overleg zeer op prijse stellen, bij voorkeur samen met enkele deskundigen zoals de voorzitter van INCHES de heer Peter van de Hazel, Em.Professor Janna Koppe  deskundige op  effecten van prenatale blootstelling en  Dr Gavin ten Tusscher  kinderarts .

Graag vernemen wij uw reactie.

Hoogachtend,


Sascha Gabizon
Algemeen Directeur
WECF


 
Bijlage 1

Enkele cijfers over gezondheid en milieu in Nederland en Europa
  • In Europa heeft nu al 1 op de 4 kinderen van 1 tot 18 last van allergie en/of astma.. Het aantal kinderen met kanker stijgt jaarlijks met 1%. Voor Nederland liggen deze cijfers niet veel anders. Recent onderzoek van een internationaal team onder 4146 kinderen vanaf de prenatale periode tot hun vierde jaar  toont aan dat kinderen wonend in de buurt van drukke wegen een 30 % grotere kans hebben op asthma,  oorontsteking, verkoudheid en griep vanwege de blootstellig aan luchtvervuiling door het verkeer. De kinderen met de hoogste blootstellingsniveua’s vertoonden bovendien overgevoelighied voor voedselallergenen.
  • Nieuw Europees onderzoek toont aan dat blootstelling aan kleine hoeveelheden stoffen en milieuvervuiling en combinaties van stoffen grote effecten kunnen hebben op de ontwikkeling van baby’s. Verstoring van de vroegste ontwikkeling kan leiden tot aandoeningen en ziekte later in het leven. Jonge mensen in de vruchtbare leeftijd dragen al probleemstoffen in hun lichaam die schadelijk kunnen zijn voor hun toekomstige kind.
  • Het aantal vrouwen met borstkanker stijgt schrikbarend. In Nederland krijgt 1 op de 9 vrouwen borstkanker. Nederland heeft de hoogste stijging van Europa en de jongste gemiddelde leeftijd waarop vrouwen borstkanker krijgen. Er wordt geen aandacht gegeven aan  de vele signalen uit wetenschappelijk onderzoek,  waaruit een grote invloed blijkt van  hormoonverstorende en kankerverwekkende stoffen en straling op het ontstaan van borstkanker

 
Bijlage 2:

Een groep van 200 vooraanstaande internationale wetenschappers op het gebied van milieu - en gezondheid heeft op 25 Mei j.l. een krachtig Appel gedaan op overheden om hun beleid te wijzigen zodat de bescherming van de foetus en het jongen kind centraal komt te staan in het milieu-en gezondheidsbeleid. Omdat zij uit wetenschappelijk onderzoek zien dat juist de blootstelling in de fasen voor en na de geboorte - zelfs aan heel lage doses chemische stoffen – kan leiden tot schade aan de hersenontwikkeling en het hormoon - en immuunsysteem. Dit kan in hun latere leven leer- en gedragsproblemen, ziekten als asthma, kanker, diabetes, hart- en vaatziekten, obesitas tot gevolg hebben. Zie hieronder.

Hieronder een artikel uit de Times over het Appèl van de wetenschappelijke Faroers Conferentie, 24 mei jongsleden.

May 25, 2007
Marla Cone, Times Staff Writer


In a strongly worded declaration, many of the world's leading environmental scientists warned Thursday that exposure to common chemicals makes babies more likely to develop an array of health problems later in life, including diabetes, attention deficit disorders, prostate cancer, fertility problems, thyroid disorders and even obesity.

The declaration by about 200 scientists from five continents amounts to a vote of confidence in a growing body of evidence that humans are vulnerable to long-term harm from toxic exposures in the womb and during their first years.

Convening in the Faroe Islands in the North Atlantic, toxicologists, pediatricians, epidemiologists and other experts warned that when fetuses and newborns encounter various toxic substances, growth of critical organs and functions can be skewed. In a process called "fetal programming," the children then are susceptible to diseases later in life - and perhaps could even pass on those altered traits to their children and
grandchildren.

The scientists' statement also contained a rare international call to action. The effort was led by Dr. Philippe Grandjean of Harvard University and the University of Southern Denmark, and Dr. Pal Weihe of the Faroese
Hospital System, who have spent more than 20 years studying children exposed to mercury.

Many governmental agencies and industry groups, particularly in the United States, have said there is no or little human evidence to support concerns about most toxic residue in air, water, food and consumer products. About 80,000 chemicals are registered in the United States.

Yet the scientists urged leaders not to wait for more scientific certainty and recommended that governments revise regulations and procedures to take into account subtle effects on fetal and infant development.

Chemicals with evidence of developmental effects include compounds in plastics, cosmetics and pesticides.

"Given the ubiquitous exposure to many environmental toxicants, there needs to be renewed efforts to prevent harm. Such prevention should not await detailed evidence on individual hazards," the scientists wrote in the four-page statement.


Genetic concerns

The scientists are particularly concerned that the newest animal research suggests that chemicals can alter gene expression - turning on or off genes that predispose people to disease. Although the DNA itself would not be altered, such genetic misfires in the womb may be permanent, and all subsequent generations could be at greater risk of diseases too.

"Toxic exposures to chemical pollutants during these windows of increased susceptibility can cause disease and disability in childhood and across the entire span of human life," the scientists concluded.

The "Barker hypothesis," conceived by a British scientist in 1992, says human fetuses are "programmed" for diseases by their early environment. The scientists concluded that this is now well-documented for toxic exposures by a large collection of animal experiments and some human data.

"A sad aspect with many of these prenatal exposures is that they leave the mother unscathed while causing injury to her fetus," said Dr. Philip Landrigan, a pediatrician who chairs the Mount Sinai School of Medicine's Department of Community and Preventive Medicine. He was one of the statement's authors.

In a more optimistic vein, the researchers said that if contaminants do play a big role in human health problems, some diseases could be prevented.

"Reducing exposure would lead to tremendous benefits," said Dr. Bruce Lanphear, director of the Environmental Health Center at Cincinnati Children's Hospital Medical Center. "We shouldn't wait for an epidemic to fully mature before we develop policies to protect children."

For centuries, the basic rule of toxicology has been "the dose makes the poison." Now, the scientists say "the timing makes the poison" - in other words, when a toxic exposure occurs is as important as the amount people are exposed to.

The fetus "is extraordinarily susceptible to perturbation of the intrauterine environment," they wrote.

The growing brain is the most sensitive. Mothers' exposure to mercury and polychlorinated biphenyls (PCBs) in fish and other seafood can cause slight declines in a child's IQ and motor skills. In addition, early exposure to pesticides might trigger Parkinson's and Alzheimer's diseases.

Also, children exposed to lead, organophosphate pesticides or cigarette smoke have greater risk of attention deficit hyperactivity disorder. One of every three cases - or an estimated 560,000 children in the United States - can be attributed to lead exposure or prenatal tobacco smoke exposure, Lanphear reported in a study published in December.

The immune, reproductive and cardiovascular systems also are vulnerable to early damage. Children exposed prenatally to PCBs have a high rate of infections and weak response to vaccinations. Many chemicals also can mimic hormones, and in animal tests, they feminize newborns, lowering sperm counts and promoting prostate, testicular, uterine and breast cancers.

In the newest area of research, metabolic systems, which control how nutrients are converted into energy, have been altered by chemicals administered in animal experiments - changes that may contribute to
obesity and diabetes.

Chemical danger

"These adverse effects have been linked to chemical pollutants at realistic human exposure levels similar to those occurring from environmental sources," the scientists wrote.

Among the risky chemicals they named are bisphenol A, found in polycarbonate plastic food and water containers; the pesticides atrazine, vinclozolin and DDT; lead; mercury; phthalates used in some cosmetics and soft plastics; brominated flame retardants; arsenic, which contaminates some water supplies; and PCBs, banned but ubiquitous, particularly in fish.

Some of the chemicals have been regulated in the United States, but many have not. Moreover, the scientists said, tests for developmental effects are not routinely required, so "the potential for such effects is therefore not necessarily considered in decisions on safety levels of environmental exposures." There is "an incredible gap," Landrigan said, because 80% of major chemicals in commerce have never been tested to see if they damage early development.

The conference was funded by the World Health Organization, National Institutes of Health, European Environment Agency and the Centers for Disease Control and Prevention.

Denmark's Faroe Islands, just south of the Arctic Circle, were the venue because the region is home to the longest-running human experiment analyzing prenatal toxic exposure. Since 1986, Grandjean and Weihe have tracked Faroese children from the womb to adolescence to monitor neurological effects of mercury in seafood. Their findings prompted U.S. advisories that children and women of childbearing age avoid swordfish and other highly contaminated fish.

In addition to Landrigan, three Californians and six other U.S. scientists served on the 28-member committee that wrote the consensus: Brenda Eskenazi of UC Berkeley, Irva Hertz-Picciotto of UC Davis, Beate Ritz of UCLA, Jerry Heindel and Kimberly Gray of the National Institute of Environmental Health Sciences, Larry Needham of the CDC, Terry Huang of the National Institute of Child Health and Human Development, David
Bellinger of Harvard University and Howard Hu of the University of Michigan.