WECF International

WECF Deutschland

WECF France

Facebook

Twitter

YouTube


"Plastic machinegeweren en kunstmatige geurstoffen" - Werken op VN Chemicalienconferenties

WECF's Chemicalien Expert Alexandra Caterbow uit wat er op VN niveau allemaal gebeurt op het gebied van het bestrijden van schadelijke stoffen en waarom er toch nog altijd mensen zijn die met onze gezondheid een loopje nemen.

18.12.2014 | WECF & Utopia




Klimaat en Energie domineren het nieuws als het gaat over het milieu. Hierdoor ontstaat de indruk dat er op VN niveau alleen maar klimaatonderhandelingen bestaan. Gelukkig is dat niet zo.
 
In een interview met het Duitse duurzaamheidsnetwerk Utopia legt WECF's Chemicalien Expert Alexandra Caterbow uit wat er op VN niveau allemaal gebeurt op het gebied van het bestrijden van schadelijke stoffen en waarom er toch nog altijd mensen zijn die met onze gezondheid een loopje nemen.

Hieronder een vertaling van het artikel op hun website.

Alexandra, hoe komt iemand erbij om deel te nemen aan een VN-conferentie?

Dat is een goede vraag, ik werk voor WECF, een internationaal Gender- en Duurzaamheidsnetwerk. Als NGO zetten wij ons in voor de vele internationale processen omtrent betere regelgeving van gevaarlijke chemicaliën, bijvoorbeeld op het gebied van asbest en hormoonverstorende stoffen. De onderhandelingen hierover vinden plaats tijdens speciale VN conferenties. Wij vertegenwoordigen als WECF hier het maatschappelijk middenveld en op een vergelijkbare manier nemen ook de industrie en de wetenschap deel aan de conferenties.

De VN Klimaat conferentie kent iedereen, maar niemand schijnt de VN chemicaliënconferentie te kennen.

De klimaatkwestie staat hoog op de agenda bij milieuorganisaties. Het heeft invloed op alles, is merkbaar en dus makkelijk om te communiceren. Smeltende gletsjers, een stijgende zeespiegel, en de opwarming van de aarde kun je met beelden goed zichtbaar maken. Aan deze conferenties nemen duizenden mensen deel, aan de chemicaliënconferentie slechts zo’n duizend.

Waarom is dit thema toch belangrijk voor ons?

Ten eerste omdat Duitsland, het land waar ik werk, de tweede grootste chemische industrie van de wereld heeft. Ten tweede omdat het ons direct raakt. Persistente chemische stoffen zijn overal. Zelfs op plaatsen waarvan we het niet zouden vermoeden, in ons dagelijks leven en op ons lichaam. Een aantal van deze stoffen blijven daar ook. Een groot deel van de bevolking heeft dit besef nog niet, ons werk draagt bij aan het vergroten van het besef, stapje voor stapje.

Schadelijke stoffen moeten verboden worden. Daarvoor zetten we ons in bij deze conferenties. Zolang er nog veel van deze stoffen worden gebruikt, kan men zich  alleen beschermen door het kopen van bijvoorbeeld biologische producten te kopen in plaats van kant en klare maaltijden. Ook kan met van het recht op informatie gebruik maken: elke EU burger kan een verzoek doen om het gebruik van alarmerende stoffen te openbaren. In de praktijk hebben de fabrikanten hiervoor 45 dagen de tijd, dus zijn er in de praktijk ook weinig mensen die dit doen.

Waar gaat het nu over op zo’n VN conferentie over chemische stoffen?


Het gaat bijvoorbeeld over het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische schadelijke stoffen. Dat is een lijst met op dit moment 30 verboden chemicaliën. Wie het Stockholm verdrag heeft ondertekent, is verplicht om de genoemde stoffen te gebruiken of produceren. Dus als we een stof van de wereld willen hebben, moeten we ervoor zorgen dat deze opgenomen wordt in de lijst. En dat gebeurt dan bijvoorbeeld op zo’n conferentie.

Maar als iets giftig is, dan zal het toch zeker wel verboden worden?


Dat zou mooi zijn. Neem bijvoorbeeld vlamvertrager HBCD. Dit blijkt een schadelijke stof te zijn die bovendien niet afbreekt. Tot op zekere hoogte zag het er goed uit: de stof is in 2008 opgenomen in de EU lijst van zorgwekkende stoffen, en alle deelnemers aan het Verdrag van Stockholm waren het er in 2013 over eens dat de stof internationaal verboden zou moeten worden.
Maar dan ineens verschijnt er een EU voorstel, namelijk om een uitzondering te maken voor HBCD in isolatiemateriaal tot 2024. Waarom? In de EU is het vanaf 2018 verboden. Maar met een dergelijke uitzondering is het mogelijk om de productie van de stoffen nog een paar jaar naar het buitenland verplaatst worden, zoals naar Afrika.

Verweren die zich hier niet tegen?


In veel landen zijn mensen niet met deze thema's bezig. Daarom komen er vaak politieke vertegenwoordigers naar deze conferenties die geen idee hebben wat ze in hun handen krijgen, of hoe ze zich kunnen verdedigen. In zulke gevallen moet men hen tactisch sturen om hen te overtuigen met een bepaalde richting in te stemmen.
Veel ontwikkelingslanden ergeren zich ook nogal aan de EU, die zich presenteert alsof alles hier prima is. Als men dan aan hen duidelijk maakt dat een voorstel betekent dat het materiaal niet meer in de EU wordt geproduceerd maar in hun land, dan wordt het veel duidelijker voor hen.

Kan men dat zo open uitspreken?


Informeel wel, maar in geen geval openbaar. Men heeft een zeer beleefde VN-taal ontwikkeld. Lange zinnen verbergen wat er eigenlijk gezegd wordt. Staten die bijvoorbeeld iets verkeerd doen, worden nooit bij naam genoemd. Men praat altijd in het algemeen hierover,  zodat de deelnemers dit in overweging kunnen nemen om het een of het ander te doen. En dit werkt niet andersom. Je moet je realiseren dat je samen moet werken, ook met afgevaardigden uit landen die oorlog met elkaar voeren. Er zijn genoeg conflicten: daarom is het belangrijk om respectvol met elkaar om te gaan.

Wat moet er hoe dan ook verboden worden?


Een heleboel, neem bijvoorbeeld asbest. Nog steeds staat asbest in de top 5 van sterfgevallen veroorzaakt op de werkvloer. Het goede nieuws is dat we op het punt staan om asbest op de lijst van het Verdrag van Rotterdam te krijgen, dit is geen direct verbod, maar geeft in ieder geval de mogelijkheid aan staten om de import ervan te weigeren. Zelfs Oekraine en Kazachstan die winning uit asbestmijnen zelfs bevorderen en er geld aan verdienen, toonden inzicht. Het slechte nieuws is dat, nadat iedereen het met elkaar eens was, Canada plotseling bezwaar maakte en hiermee de vooruitgang stopte. Dit is overigens een van de zeldzame gevallen waarin de VN een land berispte op naam.
Voor ons was dit een ernstige tegenslag, twee jaar werk leek voor niets. We gaan nu wel verder en geven veel energie en inzet om de onderhandelingen weer terug naar dit punt te krijgen. Elk jaar dat het wordt uitgesteld betekent meer sterfgevallen door asbest, met name in ontwikkelingslanden.

Als ik dit zo hoor, zijn er inderdaad mensen die het verbod van een giftige stof willen ondermijnen. Doen zij dit tegen beter weten in?

Ja, ik heb hierover nog een anekdote van een conferentie in Bali: de damestoiletten daar hadden geen ramen, en dus werd het toilet continue besproeid met kunstmatige geurstoffen. Een deelnemer aan deze conferentie was geschokt en klaagde dat dit toch ongezond was, wat overigens waar is. Precies dezelfde dame dook later tijdens de conferentie op om te spreken tegen het verbod van vergelijkbare gevaarlijke stoffen.
En dit is niet de enige. Deze mensen moeten de lijn van hun land en regering vertegenwoordigen. Soms doen zij dit op zo’n manier dat zij geen dwingende eisen stellen. Sommigen wachten ook op het moment waarop wij zulke goede argumenten hebben, dat zij deze niet kunnen weerleggen.

Wordt er ook druk uitgeoefend tegen de NGO’s?

Veel NGO’s hebben en krijgen niet veel geld, dat is ook een vorm van druk. Af en toe zijn er ook dreigbrieven. Er zijn ook NGO medewerkers verdwenen, bijvoorbeeld in Brazilië. Als West-Europeanen zijn we duidelijk meer beschermd.

Laten we het voorbeeld van asbest weer nemen. Op sommige conferenties verschijnen twee onaangename types van de Russische asbestindustrie. Die lopen  tijdens de conferentie rustig met plastic machinegeweren op anderen te schieten en surfen op pornosites.  Ze stellen zich breedgeschouderd voor me op en nemen dan een foto van mijn gezicht, om me zo bang te maken.

Dan ga je je toch afvragen: levert het überhaupt nog wat op?


Jazeker. Zelfs als de media na een conferentie klagen over het feit dat er niks is gebeurd. Dat is namelijk niet waar: er zijn belangrijke contacten gelegd, en vele andere relevante thema’s besproken. Er is discussie geweest over geld en waar dit zinvol kan worden besteed. Er gebeurt heel veel op de achtergrond.

Al die gesprekken die naast de reguliere conferentie plaatsvinden zetten veel in beweging. Wij als NGO ’s zijn voortdurend op zoek naar bondgenoten die onze eisen meer gewicht kunnen geven. De kunst is om bijvoorbeeld invloedrijke mensen in de politie of de wetenschap te vinden die het standpunt van de NGO kunnen aannemen. Dat is iets wat regelmatig wordt bereikt.

Iets anders wat je niet ziet, is dat er nieuwe items aan de agenda worden toegevoegd tijdens conferenties en erna. Hier is dan niet over gesproken tijdens de conferentie, maar wordt wel behandeld op de volgende. Dat deze belangrijke thema’s dan voortkomen uit gesprekken die niet eens bij de officiële conferentie horen voortkomen, weet dan niemand meer. Agenda-setting is van groot belang en een typisch voorbeeld van een onzichtbaar succes.

Het is niet zo dat we verschillende keren gefrustreerd zijn en ons afvragen: wat hebben we nu eigenlijk bereikt? Maar op zo’n moment moet je jezelf eigenlijk een andere vraag stellen: wat zou er zijn gebeurd als we er niet waren geweest? Zo hebben we al vaak een uitzonderingsregeling kunnen voorkomen. Als we  er in slagen om van de 30 uitzonderingen voor een giftige stof er 15 te maken, of wanneer sommige landen al helemaal niet meer durven te vragen om een uitzondering als ze met de NGO’ s in een ruimte zitten, dan hebben we al veel bereikt.


Alexandra Caterbow maake op 16 december een interventie over EDC's tijdens de SAICM chemicals discussie in Geneve. De interventie kan hier worden gelezen.

Meer Nieuws

Schoon en circulair: kan het samen?
Woensdag 11 oktober vond het halfjaarlijkse minisymposium over het stoffenbeleid beleid, georganiseerd door het Ministerie van IenM, VNO-NCW, de VNCI en WECF
11.10.2017

EU stemming over criteria hormoonverstorende stoffen: gezondheid en milieu in gevaar
WECF, Wemos, HEAL en Gezinsbond roepen Europarlementariërs op om criteria te verwerpen
27.09.2017

Vrouwen eisen: “Betere bescherming tegen gevaarlijke stoffen wereldwijd”
WECF publiceert ter gelegenheid van Internationale vrouwendag een nieuwe studie "Women and Chemicals " en roept op tot politieke actie voor betere bescherming van vrouwen en kinderen tegen schadelijke stoffen.
07.03.2016

Ratificeren aanvragen voor gebruik zwaar toxische stoffen tast geloofwaardigheid Europese chemicaliënwetgeving aan
Aanvragen hebben ook negatief effect op maatschappelijk verantwoord ondernemende voorlopers, stellen WECF, Wemos en PAN in brief aan Stas Mansveld
18.09.2015

Frans onderzoeksteam: “Hormoonverstorende stoffen vergroten kans op aangeboren afwijking bij mannelijk geslachtsorgaan”
Onderzoeksteam van ziekenhuis te Montpellier ontdekt dat hormoonverstorende stoffen een risicofactor vormen voor hypospadie
15.06.2015 | Chantal van den Bossche