WECF International

WECF Deutschland

WECF France

Facebook

Twitter

YouTube


Onduidelijkheid nanoproducten zaait onrust

Verslag WECF debat Nano in de babykamer

22.11.2010


<<>>


Barry van der Meer van Kennislink gaf een introductie over nanotechnologie

Tijdens het debat op 9 november 2010 over nanodeeltjes in consumentenproducten werd duidelijk dat er bij de ouders en toeschouwers nog veel vragen waren over de gezondheidsrisico’s van deze deeltjes. Nadat de deskundigen hun verhaal hadden verteld over de stand van zaken over de ontwikkelingen op het gebied van nanotechnologie in consumentenproducten, bleek dat er veel betere regelgeving moet komen om de gezondheid van ongeboren kinderen en baby’s te beschermen.

Omdat dit nog lang kan duren blijft lobbyen van consumentenorganisaties zoals WECF noodzakelijk. Sprekers tijdens het debat waren Sascha Gabizon en Ingrid Elbertse van het WECF, Barry van der Meer van NEMO en Kennislink, Maaike van Zijverden van het RIVM en Liesbeth Vogelezang van het Centrum voor Milieurecht (UVA).



Sascha Gabizon directeur van de Women in Europe for a Common Future vertelde dat de stichting de discussie wil aangaan of gebruik van artikelen met nanodeeltjes schadelijk zijn voor ongeboren kinderen en baby`s. Ongeboren kinderen zijn namelijk vijf maal zo kwetsbaar voor milieuvervuilers zoals lood. Het heeft dertig jaar geduurd voordat er maatregelen tegen de loodvervuiling werden genomen. WECf wil het wat betreft de ontwikkelingen binnen de nanotechnologie niet zover laten komen. Omdat het onduidelijk is in hoeverre nanodeeltjes in producten schade kunnen berokkenen aan deze kwetsbare groep, wil WECF de discussie hierover aangaan met retailers, ouders en experts. WECF pleit daarom voor het voorzorgsprincipe: gebruik liever geen producten met nanodeeltjes als niet zeker is wat de effecten van die deeltjes zullen zijn.


 
Barry van der Meer, journalist van Kennislink en werkzaam bij wetenschapmuseum NEMO, gaf een introductie over wat nanotechnologie inhoudt. De term Nano is afkomstig van het Griekse woord voor dwerg en geeft een grootte aan van een willekeurige stof. Een nanometer is een miljardste meter. Nanodeeltjes komen al heel lang in de natuur voor, zo groeien er op de voeten van een gekko nano-haartjes, die ervoor zorgen dat hij op de muur kan plakken. Tegenwoordig kan men kunstmatig nanodeeltjes maken, bijvoorbeeld van goud. In nanovorm verandert de gouden kleur in rood en reageert het op chemische processen, wat het in niet-nanovorm niet doet. Titaniumdioxide is in normale grootte wit, maar in nanovorm wordt het transparant, waardoor het steeds vaker in zonnebrandcrème wordt gestopt, zodat je geen witte waas op je arm krijgt, als je het op smeert. Zo zijn er ook geneesmiddelen die in nanovorm tumoren kapot maken. Lees voor meer informatie op Kennislink.nl

Maaike van Zijverden is humaan toxicoloog bij het Rijksinstituut voor Voeding en Milieu (RIVM) en onderzoekt onder andere of er schadelijke nanodeeltjes in voedingsmiddelen voorkomen. Samen met de ministeries en de producenten is het RIVM verantwoordelijk voor de risico’s van nanotechnologie in voedingsmiddelen. Momenteel is het nog moeilijk om de risico’s van nanodeeltjes in voeding in te schatten en met name de vrije nanodeeltjes die niet oplossen. Er bestaan vier generaties producten met nanodeeltjes:

  • 1e generatie: producten met toegevoegde nanodeeltjes;
  • 2e generatie: producten met nanotoepassingen zoals koolstofbuisjes of nanomedicijnen;
  • 3e generatie: nanobots;
  • 4e generatie: zichzelf organiserende systemen.
De derde en vierde generatie nanoproducten zijn nog niet op de markt en zijn nog science fiction. Vandaar dat het RIVM zich vooral op de eerste en tweede generatie producten richt, omdat alleen deze in de winkels liggen. Inmiddels weten we dat nanodeeltjes zo klein zijn dat ze makkelijk door de huid kunnen dringen en makkelijk in de longen of placenta kunnen komen.

Omdat nanodeeltjes verschillende vormen aannemen, zoals van een bucky ball, een buisje of een fiber, zouden ze op verschillende manieren schade kunnen aanrichten: ze krijgen dus een andere toxische werking. Als deeltjes vast zitten in een product, zoals in een tennisracket, is het risico van directe gezondheidschade kleiner, dan wanneer ze in bijvoorbeeld lippenbalsem zitten. Het probleem met veel producten is, dat er niet altijd op staat wanneer er nanodeeltjes in zitten en al helemaal niet hoeveel. Zo bleek er in koffiecreamers Nanosilica te zitten. Wat gebeurt ermee zodra het in je darmen terecht komt? Lossen ze op? Nestelen ze zich in de darmwand of poep je ze er weer uit? Of blijven ze in je lichaam zitten en veroorzaken ze infecties? Ze onderzoeken data van diverse onderzoeksinstituten om de risico’s in te schatten. Er wordt een MKB vraagbaak opgericht waarbij de midden- en kleinbedrijven vragen over nanotechnologie kunnen stellen.

Liesbeth Vogelezang van het Centrum voor Milieurecht bij de UVA houdt zich bezig met chemische stoffen, bestrijdingsmiddelen en nanomaterialen. Het is moeilijk om vast te stellen hoe onzekerheden omtrent nanomaterialen geregeld zijn, legt Vogelezang uit. Als de risico’s van nanomaterialen duidelijk zouden zijn, dan is het makkelijk, maar de risico’s zijn onzeker. In Europa is de regelgeving hiervan nog niet geregeld, maar in Amerika zijn ze al veel verder: zo moeten bedrijven die zilver in textiel willen produceren eerst een aanvraag doen en meedoen aan diverse onderzoeken bij hun producten. Zilver en ook nanozilver hebben namelijk een antibacteriële werking en kunnen schade aan het milieu brengen. Zilver valt onder de biocidewet. Daarentegen zijn de Nederlandse warenwet en de Europese regelgeving vaag over nanoproducten en geven alleen duidelijkheid als de risico’s van een bepaald product duidelijk zijn, wat dus niet het geval is bij nanoproducten. Het Centrum voor Milieurecht pleit We pleiten dus voor een verbeterde regelgeving op dit gebied. Zo zou er meer duidelijkheid voor de consument moeten komen, door bijvoorbeeld verplichte etikettering op nanoproducten in te voeren. Ook is er geen handelsverbod op nanoproducten omdat de risico’s niet duidelijk zijn. We kunnen de invoer van nanoproducten vertragen door een tijdelijk handelsverbod in te voeren terwijl mogelijke schadelijke producten worden onderzocht. Er is momenteel een richtlijn in herziening, waarbij strengere regelgeving voor nanoproducten wordt overwogen.



Ingrid Elbertse projectleider van Een Veilig Nest vertelde dat het project Nesting al sinds 2007 in acht landen loopt. Nesting is een voorlichtingsproject voor jonge ouders om hen te wijzen op een gezonde leefomgeving met veilige chemicaliën en duurzame ontwikkeling voor iedereen. Baby’s staan vanaf hun geboorte al bloot aan chemicaliën in meubelen, stoffen, verf, behang en speelgoed. Chemicaliën zijn een bedreiging voor baby’s wat betreft de vruchtbaarheid, de huid, het veranderen van DNA, de ontwikkeling van het IQ en hun gedrag. Het is daarom uitermate belangrijk dat we in hun leefomgeving de risico’s beperken. Ouders moeten hierover beter geïnformeerd worden er moeten  gezondere alternatieven met winkeliers en beleidsmakers besproken worden. Jonge ouders kunnen zij beter informeren met folders, websites, workshops, huisbezoeken en groene felicitatiediensten, boodschappenlijstjes wat men beter wel en beter niet kan kopen en een keurmerkenoverzicht. In veel winkels kun je namelijk nog gewoon giftige spullen kopen zoals speelgoed met loodverf en badeendjes met ftalaten. Daarnaast pleit Elbertse voor strengere regels voor kwetsbare groepen, want kinderen en zwangere vrouwen kunnen niet altijd goed voor zichzelf opkomen.
WECF adviseert de overheid het voorzorgsbeginsel toe te passen, dus bij twijfel een product niet gebruiken. Dit geldt ook voor nanotechnologie. Naast de vele kansen die nanotechnologie biedt, kleven er mogelijke gezondheidsrisico’s aan nanotechnologie zoals nanozilver in voedingsbeha’s, dat het kind binnenkrijgt bij het drinken uit de borst. Verder is het de vraag in hoeverre kleine kinderen nanodeeltjes binnenkrijgen via babyvoeding, muurverf of autolakken. Bekend is dat in zonnebrandcrème titaniumdioxide in nanovorm aanwezig is. Tijdens experimenten is gebleken dat ratten kanker kregen van deze zonnebrandcrème toen ze het opdronken. Wat zal er gebeuren als een kind de zonnebrandcrème van zijn armpje likt? De SER zou daarom nanodeeltjes in consumentenproducten als  schadelijk moeten verklaren totdat de veiligheid ervan is bewezen. Het pakket aan maatregelen zou strenger moeten zijn. Vergelijk het met de effecten van asbest of lood. WECF wil met name de kwetsbare groepen beschermen en daarom de producten niet gebruiken in de babykamer.



Discussie met ouderpanel

Na de presentaties ontstond er een discussie tussen het ouderpanel, de sprekers, na de aftrap in de vorm van een interview met Manon Gagic, moeder en retailer/eigenaar van Green Jump. De belangrijkste vragen waren of er geen betere alternatieven waren voor nanoproducten zoals  de nanozonnebrandcrème, in hoeverre nanoproducten al worden toegepast en hoe je daar als consument achter kunt komen. Deze vragen kunnen voorlopig niet beantwoord worden. Alleen over zonnebrandcreme is meer bekend; de Environmental Working Group heeft hier al een studie naar verricht waarvan de resultaten vooral voor ouders erg interessant zijn om te lezen.

Enkele ouders maakten zich ongerust over dat ze zonder het te weten schadelijke nanoproducten hadden gekocht en vinden het verontrustend dat het voorzorgsprincipe nog niet wordt toegepast. De ouders vinden het kwalijk dat de verantwoordelijkheid niet duidelijk bij de overheid en de producenten wordt gelegd en dat de burgers te weinig bij de beleidsvoering over producten met nanodeeltjes worden betrokken. Volgens Maaike van Zijverden heb je als consument de keuze om samen met het RIVM naar de producten te kijken, maar iemand uit het publiek merkte op dat de burger wel heel erg veel moeite moet doen om erachter te komen dat die mogelijkheid überhaupt bestaat. Producten zouden sowieso veilig moeten zijn als ze in de winkel liggen. Het RIVM beloofde dat ze meer moeite gaat doen om de burgers bij de inspraak over producten te betrekken. Momenteel zijn consumentenorganisaties zoals het WECF en Stichting Leefmilieu de enigen die bij het RIVM om de tafel zitten.  Vooralsnog is de doorsnee consument zich nog niet bewust van de risico’s van de mogelijke nanodeeltjes in zijn winkelwagentje. Hij kan er nog niet zoveel mee. Het blijft dus belangrijk dat het WECF en andere consumentenorganisaties blijven lobbyen over de risico’s van nanodeeltjes in consumentenproducten.

@ tekst: Karmijntekst @ foto's: Lies Visscher